De kleine wereld van
Jeroen Sprenger

James Ramlall (1935-2018)

Samenwerking heeft veel zichtbare resultaten opgeleverd

 “Herstelling heeft ons niet teleurgesteld. Dit zeg ik in volle overtuiging. Ik had destijds in Nederland veel gezien van Herstelling. De samenwerking met SAO is heel goed geweest, en heeft veel zichtbare resultaten opgeleverd.”

“Ik was toentertijd directeur Cultuur op het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling. Met president Ronald Venitiaan leidde ik de Nederlandse minister van Onderwijs en Wetenschappen Jo Ritzen (1994 – 1998) rond over het terrein van Fort Zeelandia, langs de officierswoningen. Hij vond dat er wel wat onderhoud aan dit cultureel erfgoed mocht gebeuren. Nou, zei Venetiaan, het is anders jullie erfgoed. Het resultaat was dat er 500 duizend gulden uit Nederland kwam voor de vijf officierswoningen. Dat hebben we toen eerlijk gedeeld. Het pand waarin het Nola Hatterman Instituut was gevestigd, was bouwkundig in de minst slechte staat. Vandaar dat het als laatste gebouw aan de beurt kwam voor reparatie.”

Het Nola Hatterman InstituutHet Nola Hatterman Instituut, eerste resultaat van samenwerking SAO en Herstelling

“Ik kende Nola Hatterman persoonlijk. Als Cultuurmedewerker en naderhand ook als onderdirecteur op het directoraat Cultuur heb ik vanaf 1972 veel contact met haar gehad. We waren beide goed bevriend. Ze was een heel bekende vrouw, sociaal-denkend, hield van de mensen en de mensen hielden ook van haar. Ze schitterde als Venus aan het firmament.”

“Voordat ik bij Cultuur kwam werken, had ik veel van de wereld gezien. Ik ben op 26 januari 1935 geboren in het district Suriname. Na mijn schooltijd heb ik in Nederland en India gestudeerd. Ik ben onder andere leerling geweest van de dramaturgen Teuneke en Arend Hauer, ouders van de filmacteur Rutger Hauer. Zij gaven les aan de Nederlandse Amateurstoneel Unie (NTU) in Amsterdam. Daar heb ik de elementaire beginselen van het toneel geleerd. Daarna ben ik naar het Instituut voor Expressie door Woord en Gebaar gegaan van Wanda Römer, een fabelachtige vrouw. Hier heb ik de diepte van het toneelgebeuren leren kennen. Tijdens de studie was ik ook onderwijzer in Veenendaal. In 1963 ben ik naar India vertrokken, waar ik me verder heb verdiept in Hindoeïsme en Boeddhisme. In India heb ik geleerd hoe je dingen niet moet doen.”

NolaHatterman met twee leerlingen, Armando Baag (links) en Ronald KarstensNolaHatterman met twee leerlingen, Armando Baag (links) en Ruben Karstens

“Vanaf 1979 werkte en woonde ze in Brokopondo. In 1984 is ze bij een noodlottig auto-ongeluk omgekomen op weg van Brokopondo naar een tentoonstelling van haar eigen werk in Paramaribo. Kort ervoor hadden we met Nola besproken dat haar huis in Brokopondo een trainingscentrum moest worden voor de jeugd. Maar op het einde van haar leven liet ze zich dopen op aanraden van een Rooms-Katholieke zuster. Deze drong er bij Nola op aan dat ze op gewijde grond zou worden begraven op de Katholieke begraafplaats in Paramaribo. Daar ligt ze nu te verpieteren en haar woning in Brokopondo is nu volledig verwaarloosd en ten prooi gevallen aan de wildernis.”

Veel van Nola’s nalatenschap is door haar pleegzoon meegenomen naar Nederland. Bijna al haar werken zijn nu helaas verdwenen. Gelukkig heb ik thuis nog een schilderij hangen, dat ze kort voor haar vertrek naar Brokopondo heeft gemaakt op verzoek van Coba Cobelens, directrice van een drukkerij hier. Het stelt het uitzicht op haar achtertuin voor, dat ik van Coba heb gekregen als aandenken aan Nola, Ook heb ik van haar nog een koperen kachelpot en wat zilveren bestek.”

 “Er zijn veel mensen in Nederland die menen dat zij veel voor Suriname hebben betekend, maar het omgekeerde is ook wel waar. Wij hebben veel betekend voor Nederland. Daarom wil ik wel aandacht vragen voor de bouwfouten die bij het Nola Hatterman Instituut aan het licht zijn gekomen. Het lekt er aan alle kanten en heeft weer een goede onderhoudsbeurt nodig. We zouden eens moeten kijken hoe we die fouten kunnen ondervangen.”


Jeroen Sprenger

 Vraaggesprek afgenomen op 6 november 2013.
Eerder gepubliceerd in Gerard Lutteken (redactie), Krabben aan beton, Amsterdam 2014